Peter van Rooijen: 'Streven naar volmaaktheid’

Misschien is je eerste indruk dat hij wat nors, ontoegankelijk en kort door de bocht is, maar dan heb je het mis. In een gesprek neemt hij alle tijd om weloverwogen een inkijk in zijn denkwereld te geven en schuwt hij geen enkel onderwerp. Al gauw blijkt hij naast een ontregelend cabaretier, vernieuwend theatermaker en begenadigd gitarist een filosoof te zijn die zich zowel scherp als vol compassie over de mensheid uitlaat.
 
 
Op de vraag: wie is Peter van Rooijen? antwoordt hij: "Ja, dat weet ik toch niet". Maar dan vertelt Peter dat hij in 1983 is geboren als zoon van een Nederlandse moeder en een Javaanse vader. Op drie ontmoetingen na bleef deze buiten beeld en werd Peter opgevoed door zijn moeder en de Nederlandse man met wie ze trouwde. In Gouda ging Peter naar de Vrije School, verliet vroegtijdig de HAVO, had allerlei baantjes om ten slotte via de MBO Theaterschool Rotterdam op de Amsterdamse toneelschool- en Kleinkunstacademie terecht te komen. Sinds zijn twintigste woont Peter in Amsterdam. In 2012 won hij de Wim Sonneveldprijs samen met Wilko Sterke in ‘Team Peter’. Hij maakt deel uit van theatergroep ‘Circus Treurdier’, en werkt nu aan zijn tweede avondvullende solo-voorsteling. 
 
Heeft Peter een leuke jeugd gehad? "Ja, volgens mij wel”, antwoordt hij, “maar wat is leuk. Ik kan me maar een paar momenten herinneren dat ik als kind dacht: dit is leuk, of: nu ben ik gelukkig. En verder was het volgens mij één grote overlevingsstrijd. Ik vind het prachtig als mensen zeggen dat ze een gelukkige jeugd hebben gehad maar ik geloof daar niet zo in. Ik kan me niet in andermans realiteit verplaatsen maar ik denk: waar was je dan gelukkig over? Momenten dat je blijdschap of euforie voelt, die duren niet zo lang. Dat zijn piekjes, die heel soms plaatsvinden. En het vervelende is dat periodes waarin je het gevoel hebt dat alles z’n gangetje, of matig, of niet zo best gaat, over het algemeen best langdurig en hardnekkig zijn. Volgens mij geldt dat ook voor een kind. Je bent het grootste deel van de tijd toch bezig met je te verhouden tot een werkelijkheid die je niet begrijpt en die je ook niet kan begrijpen. Dat levert spanning en zo nu en dan doodsangst op, bij wijze van spreken. En heel af en toe gebeurt er iets precies zoals je bewust of onbewust gehoopt had”. 
 
Dus succesverhalen van mensen gelooft hij niet? Peter: ”Nee, daar geloof ik echt niks van. Al die mensen die succes en geluk uitstralen en die in korte interviews van tien minuten bij ‘Pauw’ of ‘De Wereld Draait Door’ zeggen: alles gaat top, blijken vervolgens in een lang interview met bijvoorbeeld Theo Maassen totaal met zichzelf overhoop te liggen. Dan houden ze hun rol niet vol. Bij die korte interviews speelt mee dat je een winkel hebt die je moet runnen. En waarom zou je een middelmatig leven verkopen?”
 
“Als kind is je grootste doel om erbij te horen, denk ik, daar doe je alles voor. Uitzonderingen daargelaten. Je hebt van die kinderen die alleen maar doen wat ze zelf willen. Soms worden die helemaal kapot gepest en soms worden die verafgood. Maar de meesten willen hun omgeving laten zien dat ze echt de moeite waard zijn”. Was Peter een kind dat zijn best deed om 'erbij te horen'? "Ja, zeker”, antwoordt hij. “In bijna alles. Maar soms totaal niet en dan gebeurde er òf iets geweldigs òf iets verschrikkelijks. Ik herinner me dat ik een keer dacht: hoe zou het zijn om deze jongen nu een paar stompen in zijn maag te geven?". Was dat een experiment? Peter: "Ja, dat kwam zomaar uit het niets. Ik voelde dat hij kwetsbaar was op dat moment". Hoe oud Peter toen was? "Pas een jaar of 21". Dan lacht hij: "Ik zal een jaar of zes geweest zijn. Ik stompte en die jongen huilde meteen. Ik dacht: o, dit is dus niet goed. Ik had blijkbaar gelukkig wel een soort moreel besef".
 
Peter herinnert zich nog een soortgelijk 'sociaal experiment': "Er was een nieuwe jongen op school en ik vond dat het mijn taak was om hem te beschermen. Dus nam ik het heel lang voor hem op. Maar toen ik op een gegeven moment merkte dat hij zich oké begon te voelen en een lekkere positie in de klas kreeg, vond ik dat het genoeg was geweest. Vanaf dat moment ging ik hem ook pesten". Terugdenkend zegt Peter: "Ik snap niet waarom dat zo kan gaan. Op een gegeven moment denk je: je moet niet exelleren, je mag niet boven mij uitstijgen. Zou dat het zijn?" Dan vervolgt hij: "Nu kan me dat een stuk minder schelen. Hooguit irriteert het me en levert het een stuk rivaliteit op". 
 
 
Heeft hij in zijn jeugd de aanwezigheid van zijn biologische vader gemist? "Dat valt eigenlijk niet te bepalen”, zegt Peter. “Ik heb geen parallel leven waarin het allemaal gegaan is zoals het niet gegaan is, waaraan ik mij zou kunnen spiegelen. Ik gebruik het wel eens, zoals in mijn laatste voorstelling”. Volgens Peter zijn gebeurtenissen in iemands vroege leven geen excuus voor wie hij is geworden: “Daniel Arends zei een keer dat het bullshit is die je om jezelf heen verzamelt om je eigen tekortkomingen op te projecteren. Wat je werkelijk bent, wat dat ook moge zijn, is in al z’n onvolmaaktheid ontzettend kwetsbaar. Dat probeer je van nature te beschermen met allerlei dingen die meestal onzin zijn. Als kind doe je dat ook. Je loopt met iedereen mee, of je bent agressief. De momenten dat je je gelukkig voelt zijn de momenten dat wie jij bent even volledig samenvalt met wat op dat moment gewenst is. Misschien dat je daarom acteurs hebt die het gelukkigst zijn op het toneel”. 
 
 “Om gelukkig en succesvol te kunnen zijn, is het beste wat je kunt doen je onvolmaakte kwetsbaarheid aan de wereld te tonen”, vervolgt Peter. “Dat is de worsteling van elke scheppende kunstenaar denk ik. Hoe pel ik mijzelf af tot de laag waar ik niet meer lieg,  tot waar ik  mezelf en mijn publiek niet meer voor de gek houd. Voor zover dat mogelijk is, want elke kunst heeft een vorm en elke vorm is per definitie al niet de werkelijkheid”. 
 
Is het zo dat de ene vorm dichter bij je staat dan de andere? Peter: “ Dat zijn de experimenten die je doet”. Hoe verhouden de rollen die je in Spektakel X , Kerst met Kaak en TreurTeeVee speelt zich tot Peter van Rooijen? “Als je goed speelt en geloofwaardig bent als acteur, dan laat je iets zien dat van jou is. Bij acteurs die dat niet doen denk je: het voelt nep. Acteren is iets interessants, je staat daar toch met jezelf. Om iets te kunnen spelen moet je iets uit jezelf halen dat echt is. Die rolletjes bij Treurdier dat zijn meer typeringen. Die gaan niet enorm diep”. En de man met zijn sexuele fantasieën in de metro bij TreurTeeVee? “In die scènes ben ik in die zin kwetsbaar, dat die teksten allemaal van mij zijn. Ze komen in mijn hoofd op en in andermans hoofd misschien niet. Tegelijk denk ik: als ik iets bedenk is er sowieso iemand anders op de wereld die dat al gedaan heeft. Ja, dat weet ik zeker. Als wij  nu bedenken dat iemand z'n bril in z'n reet stopt om maar iets heel simpels te noemen, dan zijn er tien mensen die dat al gedaan hebben”.
 
Of dit ook geldt voor de pedo-jager in spektakel X? “Die rol was functioneler geschreven, ik heb nooit het gevoel gehad dat die onderdeel van mezelf was geworden”zegt Peter. “Zijn monoloog gaat over de populistische hetze die ontstaat rondom pedofilie waarin mensen volledig stoppen met nadenken en eigenlijk alleen nog maar hun instincten volgen. Maar los van dat ik dat onbeschaafd vind, is het wel iets dat ik ook herken. Al die wraakgevoelens die daar inzitten en al die martelfantasietjes zijn wel echt van mij, die heb ik ook bedacht. Niet bij pedofielen maar in andere situaties. In mijn fantasie heb ik mensen echt verschrikkelijke dingen aangedaan. Volgens mij heeft iedereen er wel eens over gefantaseerd hoe het is om iemand te vermoorden. Of een impuls gevoeld van: jij moet dood. Niet in praktische realistische zin van het woord. Maar als iemand je dwars zit of iemand je schild aantast, dan denk je op een bepaald moment: jij moet dood. Er zijn mensen die zeggen: nee, dat heb ik nog nooit gehad, dat herken ik helemaal niet. Dat geloof ik dan gewoon niet. Als jij dat zou beweren zou ik zeggen: o ja? wat mooi. Maar ik zou denken: je liegt! Waarom lieg je jezelf voor? Het is helemaal niet erg. Het doen, dàt is verschrikkelijk”.
 
 
Op de HAVO hield Peter het niet lang uit. Zag hij de zin van school destijds niet in? Peter: “Die zag ik wel, maar op dezelfde manier waarop we weten dat je goed voor het milieu moet zijn. In de praktijk heb je helemaal geen zin om dat afval te scheiden. Dat had ik met onderwijs. Ik vond Nederlands en tekenen interessant, en soms geschiedenis. Verder was ik bij de toneelclub en daarvoor zat ik eigenlijk op school. Om teksten en liedjes te schrijven.
 
Wist Peter toen al dat hij daar zijn vak van ging maken? “Ja, toen ik een jaar of tien was deed ik op een nudistencamping in de Dordogne een conference van Youp van 't Hek. Daar was zo'n open podium en ik kende die tekst uit mijn hoofd. Als een volwassen man daar Youp had nagedaan zou dat heel erg stom geweest zijn, echt zó kut. Maar omdat ik zo klein was dacht iedereen: moet je horen wat hij allemaal zegt! Het gevoel dat ik kreeg, het op een bepaalde manier macht hebben, dat mensen om je moeten lachen, dat wilde ik vaker meemaken. Ik voelde me heel geliefd. Ik miste toen nog het bewustzijn waardoor dat nou precies kwam. Ik dacht op dat moment gewoon: ik ben leuk. Maar het waren niet mijn teksten en van het leeftijdsverschil zag ik op dat moment de ironie nog helemaal niet in”. 
 
Over zijn theater-ervaringen op de middelbare school vertelt Peter: “We maakten voorstellingen met ons toneelgroepje, onder leiding van een regisseur. Ik moet zeggen dat ik er niet heel veel meer van weet, behalve dat ik toen nog niet begreep wat acteren was”. Wanneer hij dat wel is gaan begrijpen? Peter: ”Op de MBO-opleiding, toen ik erachter kwam dat ik geen acteur ben. Het is niet zo dat ik echt niet kan spelen, maar het is niet mijn eerste en ook niet mijn tweede natuur om in zo'n rol te duiken. Ik heb er het talent niet voor, ik heb er geen zin in. Nee ik word er echt niet geil van. Het helemaal uitpluizen van de psyche van je  personage, er de  biografie van schrijven, daar vind ik helemaal niks aan. De mensen in mijn klas die dat wel deden, die konden veel beter spelen omdat ze wisten wat ze aan het doen waren. Ik wist dat niet omdat ik niet de motivatie had om die uren erin te steken. Dus ik kom niet daar waar zij komen, ik bereik die diepte niet”. In zijn eigen voorstellingen acteert Peter ook, maar:  “Dan heb ik een connectie daarmee”, zegt hij. “Dan weet ik waarom ik elk woord zeg, waar het vandaan komt, welk gevoel erachter zit. Als acteur moet je dat allemaal zelf invullen, moet je dingen die niet van jou zijn van jezelf maken. Wanneer je acteert in je eigen voorstelling, dan speel je jezelf. Eigenlijk doe je dat altijd, zegt Gijs Scholten van Aschat. Die zegt: Ik ben eigenlijk altijd Gijs. Dat onderschrijf ik wel in zoverre dat je niet kunt werken met iets wat je niet bent. Je gebruikt altijd iets van jezelf. Andere acteurs zouden het misschien verschrikkelijk vinden om iets zelf te schrijven en dat vervolgens zelf te gaan spelen. Dat ervaren ze dan als privé. Terwijl je toch kunt bepleiten dat als je Hamlet speelt, je ook heel veel van jezelf laat zien. Dingen die je naasten misschien nooit van je te zien krijgen. Eigenlijk is acteren altijd privé”.
 
Toen Peter de HAVO moest verlaten, voelde hij dat hij nog niet klaar was voor een theateropleiding. “Ik heb toen een jaar lang allemaal baantjes gehad”, zegt hij. Op de vraag hoe zijn ouders zijn vertrek van school hebben ervaren, vertelt hij: “Zeker mijn stiefvader heeft nooit van mij geëist dat ik harder zou gaan werken op school. Hij nam het gewoon zoals het kwam, vanuit de overtuiging dat het onzin is om iemand te dwingen om naar jouw maatstaven te leven. Hij vond dat het alleen zin had als ik er de zin van inzag”. Hoe heeft Peter die coulante houding ervaren? “Linksom of rechtsom: ik denk dat ik die periode altijd ellendig had gevonden. Als ik had moeten doorbeuken op die school dan had ik dat verschrikkelijk gevonden. Maar toen ik van school afging was ik totaal contextloos , ik had geen kaders meer. Ik miste regelmaat en die baantjes vond ik ook superkut. Het had niet echt uitgemaakt hoe het gelopen was, ik was hoe dan ook in die fase beland”. 
 
Peter besloot dat hij door wilde in de richting van het theater en in 2008 kon hij zijn diploma van de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie in zijn zak steken. Hij sloot zich aan bij Circus Treurdier, won het Amsterdams Kleinkunst Festival en tourde met zijn solovoorstelling ‘Wat doe ik hier’ door het land. Hiervoor kreeg hij zowel lovende recensies als kritische noten voor zijn kiezen. Wat doet kritiek met hem? Peter: “Zo lang ik die voorstelling speelde heb ik me volledig afgesloten van de negatieve kritiek. Ik vond wel een paar keer dat ze een punt hadden, maar dat kon ik pas toegeven toen het achter me was. Omdat ik ergens het gevoel had dat ik me aan die voorstelling moest committeren, dat ik hem niet af mocht vallen. Terwijl ik nu begrijp dat je committeren aan je voorstelling juist betekent dat je hem constant blijft toetsen en je blijft afvragen of het nog goed is, of het klopt”. Betekent dit dat je voortdurend aan een voorstelling kunt blijven schaven? Peter: “Ja, alleen was dat in dit geval een beetje moeilijk omdat ik een heel rigide vorm had gekozen. Dus dat wil ik bij mijn volgende voorstelling minder doen”.
 
 
Hoe zelfverzekerd is Peter als hij een voorstelling speelt? “Angst om het toneel op te gaan heb ik soms wel, als het ergens om gaat, zoals bijvoorbeeld bij de finale van het AKF. In de kleedkamer voel ik me dan ellendig. Maar als ik in de coulissen sta denk ik: laat me nou opgaan, want dan weet ik dat ik ervan af ben. Zodra ik opga doet het er niet meer toe, dat is echt zo”.
 
Eenmaal op het toneel is Peter dus best wel relaxt? “Niet persé, maar ik ben niet bang”, zegt Peter. “Ik kan wel gespannen zijn omdat ik probeer mijn voorstelling bij elkaar te houden. Maar daarvoor is een goede voorbereiding heel belangrijk. De voorstelling moet helemaal stabiel in je ruggenmerg zitten. Als je dan zo gespannen bent dat je denkt: ik raak het kwijt, ik heb geen vrijheid, dan kun je daarop terugvallen. Het dier in je wil vluchten. Dus je moet ervoor zorgen dat dit dier de voorstelling kan spelen. Als je niet goed bent voorbereid en je moet iets doen, dan is dat is heel erg ellendig”. Is dat hem wel eens overkomen? Peter: “Ja, het overkwam me niet zo heel lang geleden nog, dat ik iets totaal verkeerd had ingeschat. Theo Maassen had me gevraagd of ik een keertje een avond wilde presenteren van Comedytrain in Toomler. Ik dacht: oké,  dat is goed. Ik had me niet voorbereid. Ik dacht: dat moet ik gewoon doen en zien wat er ontstaat. Het was verschrikkelijk”. Vond het publiek het ook verschrikkelijk? Peter: “Ja! Ik zag mensen kijken van: laat die man oprotten alsjeblieft. Op het toneel staan en je niet gewenst voelen, dat is verschrikkelijk” Is dat het ergste dat er is? Peter: “Ja. Na terminale kanker en je geliefde voor je ogen zien opgegeten worden door een krokodil is dat het ergste. Dit laat ik me nooit meer overkomen. Ik denk dat ze me nooit meer vragen. Hoewel, het zijn hele lieve mensen. Als ik zou zeggen : ik wil het nog een keer doen, ik wil me revancheren, dan denk ik wel dat ze zouden zeggen: probeer het nog maar een keer”.
 
Peter schrijft nu aan zijn tweede avondvullende solo-voorstelling. Hoe ver is hij ermee? “Net als John Cleese wel eens zei: als je wil beginnen met een creatief proces, dan probeer je eerst allerlei dingen erbij te halen, zodat je niet hoeft. De meest praktische dingen, belastingen invullen, stofzuigen, mensen die ik lang niet meer gesproken heb opbellen. Maar er komt een moment dat ik niet anders kan, waarschijnlijk als de druk wat hoger wordt. Dan besluit ik: oké, nu MOET ik schrijven. Ik blijf dus nog een beetje om de hete brij heendraaien. Maar gisteren ben ik erachter gekomen waar de voorstelling over moet gaan”.
 
Kan Peter een tipje van de sluier oplichten? “Het gaat over veiligheid. Dat het accepteren dat je nooit veilig zult zijn de enige manier  is om je ooit veilig te kunnen voelen. Dat is ontzettend zen, maar het gaat eigenlijk over dat je accepteert dat je kwetsbaar bent”. Gaat het over Peter of ook over grotere verbanden? Peter: “Vanuit de visie op jezelf kun je met een visie of met een statement komen dat je gerust op de mensheid kunt loslaten. Ik geloof dat als je iets wezenlijks te pakken hebt van jezelf, dat het dan altijd ook over anderen gaat. Ik kan zeggen dat veiligheid een illusie is en dan gaat dat automatisch over alle gebeurtenissen die in het nieuws zijn. Daar zou ik niet bij hoeven zeggen dat de angst voor een aanslag een irreële angst is ten opzichte van alle andere angsten die we hebben en die veel gerechtvaardigder zijn om er je leven door te laten leiden. Waarom zijn we bijvoorbeeld niet continue bang voor het feit dat we in een heelal leven op een stuk aarde in een oneindig universum waarvan we weten dat er enorm veel factoren zijn die ons einde kunnen betekenen? Dat doe je in het begin wel. Als je dat voor het eerst hoort als kind ben je daar misschien een week ziek van. En daarna vergeet je het omdat er niet mee te leven valt. En eigenlijk geldt dat ook voor de angst voor gekken die er op de wereld rondlopen”. 
 
Peter denkt na: “Het is misschien ook wel leuk om het even over Zwarte Piet te hebben. Dat vind ik echt een interessant onderwerp”. Wat is volgens Peter de essentie van de Zwarte Pietdiscussie? “Maatschappelijk gezien gaat het over de vraag : willen mensen met elkaar samenleven of niet. Er worden namelijk dingen van mensen geëist die je in geen enkele gezonde relatie van mensen zou eisen. Als iemand tegen je zegt: ik voel me vernederd en niet serieus genomen door jou, dan zul je nooit terugzeggen: dat boeit mij niet, of: ik bedoel het helemaal niet vernederend dus ik ga mijn gedrag echt niet aanpassen. Je zou ook niet zeggen: je zeurt nu al zo lang dat ik je verneder en niet serieus neem, houd er nou eens mee op. Maar dit zijn wel allemaal argumenten die in die discussie terugkomen. In een perfecte wereld zou het niet uit moeten maken dat de ene groep de andere nadoet. Als de minderwaardigheid die over die minderheden ligt inderdaad in henzelf besloten ligt, dan zouden zij dat zelf kunnen oplossen. Maar dat is zó veel moeilijker dan dat iemand z'n gebruiken moet loslaten. Ik geloof dat Zwarte Piet allerlei kleine, onbewuste ongelijkheden in stand houdt. Ik vind het een no-brainer dat hij aangepast moet worden. Ik kan geen enkel geldig argument bedenken waarom hij in deze vorm zou moeten blijven. Maak er een blauwe Piet van. Alles wat ik gehoord heb vind ik onzin. En dat het de kinderen zou raken vind ik helemaal onzin. Ik kan me wèl voorstellen dat iemand zegt: Ik zie mijn goede jeugdherinneringen aangetast worden. Want die krijgen nu een andere smaak, een bittere nasmaak. Ja, dat is ook zo. Ik vind dat echt  iets waar je je overheen moet zetten. Je kunt er beter aan werken dat je jezelf niet kwalijk neemt dat je er toen van genoten hebt, zodat het de mooie kant ervan niet aantast. Ik heb geprobeerd het hierover te hebben in mijn vorige show maar dat ging toen niet omdat het buiten de vorm viel. Maar in deze kan het wel, ja volgens mij kan dat gewoon”.
 
Raakt het Zwarte Pietenvraagstuk wat Peter betreft de discussie rond Charlie Hebdo? “Ik vind dit nog wat anders, omdat er in Parijs iets werkelijk moreel verwerpelijks gebeurd is. Elke discussie houdt daar op”, zegt Peter. Nadenkend vervolgt hij: ”Ik vind dat die moorden op die cartoonisten eigenlijk niet staan tegenover de vraag: moet je mensen moedwillig kwetsen of niet. Ik vind dat eigenlijk een andere discussie. Want dan lijkt het namelijk of ze staan tegenover het risico om doodgeschoten te worden. Je moet jezelf die vraag stellen zonder dat risico in je hoofd. Ik ben wel voor satire, dat is zo'n sterk middel. Een heel goed middel ook. Het heeft ook iets destructiefs. So be it. Die klappen, daar moet je iets mee kunnen. Anders is het geen goede satire. Je hebt er niks aan als het niks met de waarheid te maken heeft, dan wordt het propaganda”.
 
“Tegelijk moet je natuurlijk ook blijven begrijpen over wie het gaat. Ik denk dat er er mensen zijn die murw worden van de klappen die de islam in de media krijgt en die niet zo sterk van karakter zijn om te begrijpen dat het niet over hen gaat. Die maar weinig nodig hebben en maar een beetje gemanipuleerd hoeven te worden om af te glijden naar een extremere vorm. Naar iets dat eigenlijk helemaal niets meer met hun geloof te maken heeft maar wat alleen maar gaat over zelfbescherming, over eigenwaarde, over het onveilig voelen. Heeft alleen maar de ontvangende partij daar verantwoordelijkheid in? Ik geloof dat niet. Het is heel gemakkelijk om te zeggen: de pijn die jij voelt zit volledig in jou en heeft helemaal niets met mij te maken. Daarmee ontzeg je jezelf elke verantwoordelijkheid voor een ander”. 
 
“De zogenaamde voorstanders van de vrijheid van meningsuiting zijn eigenlijk alleen maar voor de vrijheid van het uiten van HUN mening. Grappen over de Islam moeten kunnen, maar over de Holocaust vinden ze die te ver gaan. Als je van mening bent dat je alles moet kunnen zeggen, alleen elkaar niet dood mag schieten, dan trek je wel een heel simpele grens. Het is heel gemakkelijk om nonchalant om te gaan met gevoeligheden die niet jouw gevoeligheden zijn. Toch vind ik dat je alles moet mogen zeggen. Alles. Maar niemand doet dat in de praktijk. Dat deed Christopher Hitchens en doet ook Hans Teeuwen niet. Iedereen voelt wanneer hij te ver gaat. Zelfs degene met de grootste bek heeft daar een sensor voor. Als hij dat niet heeft dan zit hij in een tehuis, in een inrichting”. 
 
Is dit niet tegenstrijdig? Peter: “Ja, dat is het. De vrijheid om alles te mogen zeggen is in de praktijk niet absoluut. Het is een wenselijke regel, die niet gehandhaafd wordt. ‘Aanzetten tot haat’ tolereren we niet, maar dat betekent wel dat bepaalde monden gesnoerd worden. Het is een onoplosbare paradox: absolute vrijheid betekent dat mensen ook de vrijheid hebben andere mensen hun vrijheid te ontnemen”. 
 
Zijn er grenzen aan wat Peter zichzelf toestaat om op het toneel te zeggen? “Dat geloof ik niet, nee. Maar dat is gemakkelijk praten want ik heb niet zo'n extreme mening. Ik vind de Islam geen belachelijk geloof, simpelweg omdat ik er niet zoveel van weet. Misschien als ik er wat meer van zou weten dat ik het een fantastisch geloof zou vinden. Ik probeer het alleen te hebben over dingen waar ik volgens mij verstand van heb of waar ik een heel sterk gevoel bij heb”. 
 
Zijn dit de onderwerpen waar Peter over piekert bij het schrijven van zijn voorstelling? Peter: “Ja, maar ik vind het alleen maar interessant als ik daarin tot een soort filosofisch statement kan komen of tot een kernvraag, of tot een duiding ervan. Ik ben geen goed satiricus, dat is niet mijn eerste natuur, ik kan er niet makkelijk vlotte grappen over maken”.
 
 
Is het schrijven van liedjes en van een voorstelling fijn of of is het pijn lijden? “Er zijn momenten dat ik het te gek vind maar die staan tegenover een overgrote hoeveelheid tijd dat ik het alleen maar zwaar werk vind. Niet verschrikkelijk, maar als je iets moet maken dan ga je doorgaans wel door een dal heen. Het kan me echt ongelukkig maken maar dat is een offer dat ik moet brengen. Tijdens het schrijven kan ik zodanig de weg kwijt zijn dat er eigenlijk geen land met me te bezeilen valt. Mijn vriendin kan dan niet zoveel met mij. Godzijdank heeft ze dat nog niet zoveel meegemaakt, want we zijn nog niet zo lang samen. Ik heb haar gewaarschuwd dat het gaat gebeuren. Dat ik dan nergens anders dan in mijn hoofd ben. Muziekmaken is eigenlijk fijner dan schrijven, ik hoef dan alleen maar mijn mijn instincten te volgen. Ik hoef niet na te denken en mijn hersenen te pijnigen en me af te vragen: welke kant gaat dit op, hoe krijg ik dit ooit bij elkaar. Muziek is meteen wat, ik hoef alleen maar te zoeken naar een heel intuïtieve balans. Ik heb de muziek tegenwoordig ook veel eerder af dan de tekst”. 
 
Peter speelt sinds 2010 bij Het Nieuwe Lied Wat brengt hem dat? Peter: “Vooral een podium om dingen uit te proberen en in te spelen en een stok achter de deur”. Heeft hij de andere mensen van HNL nodig voor inspiratie? “Nodig weet ik niet, maar het gebeurt soms wel dat ik geïspireerd raak en dat vind ik dan mooi meegenomen”. En het samen spelen? “Dan word ik meer muzikant en dat vind ik er ook leuk aan. Dan heb ik weer even wat vrijheid om als gitarist wat dingetjes uit te vogelen. En het is een cliché, maar je kan mensen uit volledig verschillende culturen, die een andere taal spreken,  samenzetten met muziekinstrumenten en ze gaan iets samen doen. Ze gaan naar iets zoeken dat ze samen mooi vinden om te spelen. Dat doet muziek”.
 
Tot slot: wat is Peters ambitie? “Ik heb geen theater waar ik in moet staan of publiek dat ik wil trekken. Misschien is het heel kinderachtig, maar als ik ooit nog eens een 'Yesterday' zou kunnen schrijven, dan heb ik toch wel het hoogst haalbare bereikt. En ik denk ergens dat dat er nog inzit ook, maar zo’n triomf duurt ook maar een paar dagen. Ik denk alleen maar in dat soort ambities. Ik wil dit maken, ik wil dat evenaren, ik wil iets maken waar ik zelf ondersteboven van ben”. Is dat al gebeurd? “Er zijn wel dingen waar ik blij mee ben dat dat gebeurd is. Want ik vind het nog altijd een gebeurtenis als ik een lied heb gemaakt waarvan ik denk: wauw, dit is gelukt!  Maar ik heb nog niets gemaakt waarvan ik denk: dit is volmaakt”. Is volmaaktheid dan niet saai? “Ja,zeker. Het is misschien wel het lot van een kunstenaar dat hij gedoemd is naar volmaaktheid te streven maar tegelijk niet zonder de onvolmaaktheid kan”. 
 
 
 
 
Terug naar overzicht

23 juni 2015

Jan Groenteman: "Beginnen bij het idee, niet bij de uitkomst"

Het lijkt of voor hem de zon altijd schijnt. Hij heeft het nodige meegemaakt maar is zijn positieve instelling niet verloren. In zijn liedjes klinkt een vrolijke levenslust door. Zware onderwerpen worden luchtig zodra hij erover zingt. Liedjeschrijver, componist, pianist en singer-songwriter Jan Groenteman is een zachtaardige jonge vader, die zijn hart verpand heeft aan zijn vrouw en kinderen. Maar zijn eerste grote liefde is toch wel de piano.
Lees verder..

15 mei 2015

Maarten Ebbers: "Nog niet zoveel macht over het stuur"

Twijfel is zijn handelsmerk. Met jongensachtige ernst -of vrolijkheid- zet hij graag zijn publiek op het verkeerde been. In een persoonlijk gesprek bekijkt hij zijn eigen beweringen al vanuit minstens één ander invalshoek, nog voor hij zijn zin goed en wel heeft afgemaakt. Beroepstwijfelaar Maarten Ebbers heeft twee solovoorstellingen: 'Laat mij maar zitten' en 'Laat mij maar voorop' achter zich, speelt en zingt bij 'Fauvist' en Het Nieuwe Lied en acteert in jeugdvoorstellingen, waarvan 'Oorlogsgeheimen' de meest recente is. Hij is ontwapenend, zachtaardig en grappig. In 2009 won hij het Leids Cabaretfestival, maar is verre van zelfverzekerd. Hij houdt er niet van zichzelf te verkopen. Liever noemt hij wat hij niet kan en waar hij onzeker over is.
Lees verder..

Webworks by TLN Webdesign